Politici zijn bang van hun domme volk | Meer Democratie

Politici zijn bang van hun domme volk

Date & Time: 
13-10-2020

“De politici en het politiek systeem vergroten het wantrouwen tussen burger en politiek. Wederzijds. Politici zijn bang van de burger en van rechtstreekse inspraak. De burger voelt zich niet gehoord en erkend. ‘Democratische vernieuwing’ gaat niet verder dan wat progressieve leukigheidjes. Schrijft Pieter Bauwens in Doorbraak van 10-10-2020. want: “Een referendum, dat gaat de beroepspolitici te ver. Ze huiveren bij het idee van rechtstreekse inspraak van de burgers in hun eigen democratie. Hun argumentatie komt altijd op hetzelfde neer: het volk is te dom. Hetzelfde geldt voor de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, of de premier. Zoveel democratie kunnen de volksvertegenwoordigers en de partijbonzen niet aan .”...”Hoe kan de burger nog vertrouwen hebben in de politici als die politici neerkijken op de burger? Als ze de burgers zelf niet vertrouwen, niet capabel achten om beslissingen te nemen.”...”De essentie van de democratie is dat de keuze van het volk wordt gerespecteerd. Dat is in België niet echt zo.”

Pieter Bauwens in Doorbraak 10-10-2020

De meeste politici bepleiten dus een particratisch systeem (dat zij ‘representatieve democratie’ noemen) met als argument, dat de modale burger niet in staat is om een morele keuze te maken voor de waarheid maar het eigenbelang zal vooropstellen (nimby ed.). De modale burger wordt dus ‘moreel onbekwaam’ en dom verklaard. Enkel de politieke elite zou (om ongenoemde redenen) wel over het vermogen beschikken om te oordelen los van het particulier belang. Op grond van deze overweging verwerpt de politieke klasse de volkssoevereiniteit en de invoering van daadwerkelijk democratische instellingen zoals het bindend referendum op volksinitiatief. Uiteraard is dit particratisch betoog logisch inconsistent, want indien de burgers moreel onbekwaam zijn om direct te oordelen, zijn ze a fortiori ook moreel onbekwaam om moreel bekwame ‘vertegenwoordigers’ te kiezen. Bijgevolg is het argument onwaar en onzinnig, vermits het neerkomt op de conjunctie van een stelling en de ontkenning van diezelfde stelling. De politicus die dus de bevolking “te dom” vindt om zelf te beslissen is zelf te dom (of kwaadwillig?) om de onzin van zijn argument in te zien.

Democratische wetsproductie vereist dus (in positieve zin) de invoering van het bindend referendum op volksinitiatief (zonder beperking inzake onderwerp) en (in negatieve zin) de uitschakeling van de particratie (bv. via de invoering van een gelote volksvertegenwoordiging die beslist via geheime stemming). En dan krijg je een democratie waar “de keuze van het volk wordt gerespecteerd”.